Het Feest.
Het feest is afgelopen.
De sporen liggen op het grasveld.
Vuile tafels lege flessen.
Het waren er veel.
Ik heb ze allemaal geteld.
Nu ben ik moe,
Ik heb teveel gedronken.
Wil mn roes uitslapen,
Maar weet niet hoe.
Ik ga maar liggen op het grastapijt.
Want bedden zijn er niet.
En de weg naar huis,
Die ben ik kwijt.
De drank giert door m,n lichaam.
Nu is het met me gedaan.
Maar daar ik zie een vrouw lopen.
Zomaar uit het niets gekomen.
Ik vraag aan haar.
Kom bij mij slapen.
Zodat we samen,
Een reis kunnen maken.
Ze kijkt me aan en zegt,
Als de drank is uit je lijf.
Dan pas denk ik,
Dat ik bij je blijf.
Jaap Ruigendijk.